Erfgoed
SINDS 1780
Geschiedenis van Fleming Howland
Vanaf het begin heeft Fleming Howland ervoor gekozen om zich te verbinden met klanten die dezelfde waarden delen, in plaats van te jagen op massaproductie. Een leidend principe, doorgegeven van generatie op generatie, is de aansporing om minder te bezitten, maar wel van blijvende waarde. Centraal in deze filosofie staat het ambachtelijke atelier, waar vaardigheid, erfgoed en continuïteit worden gekoesterd. Deze duurzame visie beschouwt meubels niet als een gebruiksartikel, maar als een blijvende uitdrukking van vakmanschap en intentie.
1809
John Howland
Toen de Engelse stoelenindustrie tot bloei kwam, werd High Wycombe het middelpunt, gevormd door de overvloed aan beuken-, iepen- en essenwouden in de omgeving. Net als veel ambachtslieden uit die tijd werkte John Howland, zoon van Solomon, vanuit huis en richtte hij zich op één specifiek onderdeel van het proces. Zijn expertise lag in het stofferen van frames met diepgetufte leerbewerking, een verfijnde techniek die de losse paardenharen vulling stevig in de zitting verankerde.
1881
George Howland
De Howlands bleven individuele ambachtslieden en werkten in verschillende takken van de stoelenindustrie, totdat Solomon's achterkleinzoon, George Howland, ten tijde van de volkstelling van 1881 een kleine werkplaats opstartte waar twee ambachtslieden werkten.
1898
Howland & Sons
Naar verluidt kende High Wycombe in zijn geschiedenis al heel wat branden, maar geen enkele was zo desastreus als die van de avond voor 14 mei 1898. Het vuur verspreidde zich bliksem snel door de droogschuur, de houtopslag en het stoffeeratelier van Howland & Sons, waarbij alle onvoltooide werken, machines en archieven in de vlammen opgingen. Na bijna twintig jaar van groei bleef er van de Howlands niets over dan hun meesterschap over het vak, waardoor ze noodgedwongen opnieuw moesten beginnen.
1947
John Howland
Het Britse design van na 1945 vormde een verfrissend tegenwicht voor de sombere sfeer van de oorlogsjaren. Ontwerpers bedachten vernieuwende oplossingen om een land dat nog steeds gebukt ging onder soberheid en beperkingen nieuwe hoop te geven. De vijfde generatie, John Howland, zoon van Charles W. Howland, bracht vernieuwing en zakelijk inzicht mee en verhuisde de werkplaats van High Wycombe naar Lancashire. Tijdens deze verhuizing werden tal van gearchiveerde ontwerpen herontdekt en als prototype klaargemaakt voor productie.
1981
John Fleming Upholstery
De economische crisis van de jaren 80 had een grote impact op de Britse meubelindustrie. De neergang leidde tot minder besteedbaar inkomen bij consumenten, met name in het luxesegment. Veel kleinere, onafhankelijke meubelzaken moesten de deuren sluiten. Dat lot had ook John Fleming Upholstery kunnen treffen, ware het niet voor hun tijdloze ontwerpen en hun grote toewijding aan de Chesterfield-vorm. Terwijl iedereen moest bezuinigen, ging John juist de andere kant op door zich te richten op een product waarvan hij wist dat het de tand des tijds zou doorstaan. Hij geloofde dat trends komen en gaan, en dat mode per seizoen verschilt, maar dat kwaliteit en stijl eeuwig zijn.
2009
Fleming & Howland
In 2009 kreeg het familiebedrijf een nieuwe naam: Fleming & Howland. Een naam die de samensmelting van de twee families en het beste van het ambachtschap van vroeger en nu symboliseerde. Al snel kregen ze de rechten in handen om het logo 'Chesterfields' als handelsmerk te gebruiken, als erkenning voor de eeuwenoude traditie van het bedrijf en de langdurige toewijding aan kwaliteit.
2023
Tijdens het doorzoeken van archieven ontdekte het bedrijf dat de Howlands niet alleen de belangrijke landhuizen van Engeland hadden verfraaid met hun Chesterfield fauteuils, maar ook de opdracht kregen voor handgemaakte bedden. Geïnspireerd door hun gearchiveerde bankontwerpen, werden vier onderscheidende bedontwerpen gecreëerd als eerbetoon aan het uitzonderlijke vakmanschap dat dit eeuwenoude Engelse bedrijf kenmerkt.
1780
Solomon Howland
Het verhaal begint aan de rand van Londen met Solomon Howland, geboren in een familie van schoenmakers van wie werd verwacht dat hij het ambacht zou voortzetten... Op negentienjarige leeftijd zag hij een kans en stapte hij over op het beschilderen van stoelen. Door zijn kennis van het verfen van lederen schoenen toe te passen, ontwikkelde hij zich verder in het looien en kleuren van leer voor stoelen, waarmee hij de basis legde voor een nieuwe traditie.
1809
John Howland
High Wycombe groeide in rap tempo uit tot het centrum van de opkomende Britse stoelenindustrie, dankzij de overvloed aan beuken-, iepen- en essenbossen in de omgeving... Net als anderen in die tijd werkte John Howland, de zoon van Solomon Howland, vanuit huis. Hij nam slechts één van de vele gespecialiseerde taken voor zijn rekening die nodig waren om een stoel vanaf de basis te maken: in zijn geval het bekleden van stoelframes met diepgetufte stoffering, een techniek die onmisbaar was om de losse paardenharen vulling op zijn plek te houden.
1862
Solomon Howland
Johns broer, Solomon, deelde de passie van hun vader voor het schoenmakersvak tot een tragische gebeurtenis zijn leven over een andere boeg gooide... Nadat zijn jonge zoontje in 1862 verdronk, kon hij het schoenmakersvak door de aanblik van 's kinders schoentjes niet meer uitoefenen. Hij stapte over op het maken van stoelen en nam zijn vaardigheid in leerverven mee naar dit nieuwe vakgebied. Beide broers voelden zich aangetrokken tot het idee om schoenverftechnieken toe te passen op banken en stoelen. De oorspronkelijke, streng bewaakte formule wordt tot op de dag van vandaag gebruikt bij Fleming Howland.
1881
George Howland
De Howlands bleven individuele ambachtslieden en werkten in verschillende takken van de stoelenindustrie, totdat Solomon's achterkleinzoon, George Howland, ten tijde van de volkstelling van 1881 een kleine werkplaats opstartte waar twee ambachtslieden werkten.
1894
Chesterfield House
In Chesterfield House, de Londense residentie van Philip Dormer Stanhope, de 4e graaf van Chesterfield, kreeg Howland & Sons de opdracht om de bibliotheek in te richten. Eén bank sprong daarbij in het oog. Extra dik gevoerd en diepgetuft, met armleuningen op gelijke hoogte met de rugleuning, straalde het meubel zowel allure als evenwicht uit. De royale schaal, de getufte vorm en het patina van het leer maakten het tot een uniek object. Dit ontwerp vormde de basis voor toekomstige opdrachten en bezorgde de familie Howland een vaste plek in de wereld van luxe interieurs.
1898
Howland & Sons
Naar verluidt kende High Wycombe in zijn geschiedenis al heel wat branden, maar geen enkele was zo desastreus als die van de avond voor 14 mei 1898... Het vuur verspreidde zich bliksemsnel door de droogschuur, de houtopslag en het stoffeeratelier van Howland & Sons, waarbij alle onvoltooide werken, machines en archieven in de vlammen opgingen. Na bijna twintig jaar van groei bleef er van de Howlands niets over dan hun meesterschap over het vak, waardoor ze noodgedwongen opnieuw moesten beginnen.
1927
Charles Willoughby Howland
Howland & Sons is de brand eigenlijk nooit echt te boven gekomen. Naarmate de 20e eeuw vorderde, namen moderne productiemethoden voor meubels de overhand en raakten veel oudere technieken in onbruik... Het meubelmakerseerfgoed van de familie Howland – traditionele vaardigheden die van vader op zoon werden overgedragen – zou nagenoeg zijn verdwenen als het niet was geweest voor de vierde generatie: Charles Willoughby Howland. Charles was sterk verbonden met zijn afkomst en had een grote voorliefde voor zijn tijd, die werd gekenmerkt door weelde en luxe. Hij begon art-decotœvallen te verweven in zijn ontwerpen, met geometrische patronen, levendige kleurpaletten, rijke materialen en iconische beelden.
1947
John Howland
Het Britse design van na 1945 vormde een verfrissend tegenwicht voor de sombere sfeer van de oorlogsjaren. Ontwerpers bedachten vernieuwende oplossingen om een land dat nog steeds gebukt ging onder soberheid en beperkingen nieuwe hoop te geven... De vijfde generatie, John Howland, zoon van Charles W. Howland, bracht vernieuwing en zakelijk inzicht mee en verhuisde de werkplaats van High Wycombe naar Lancashire. Tijdens deze verhuizing werden tal van gearchiveerde ontwerpen herontdekt en als prototype klaargemaakt voor productie.
1959
John Fleming
In 1959 nam John Howland zijn neef John Fleming in de leer als aannemer van het vak. De jonge John pakte het vak snel op... Al op 22-jarige leeftijd kocht hij van een bescheiden belastingteruggave van 46 pond een naaimachine en het hoognodige gereedschap, waarmee hij zijn eigen werkplaats begon boven een winkel in Miles Platting, Manchester. Door keihard te werken – vaak wel tot 18 uur per dag – bouwde hij John Fleming Upholstery uit tot een bloeiend bedrijf dat op een gegeven moment aan 150 mensen werk bood.
1981
John Fleming Upholstery
De recessie van de jaren 80 bracht grote uitdagingen met zich mee voor de Britse meubelindustrie. Door dalende besteedbare inkomens sloten veel onafhankelijke makers hun deuren... John Fleming Upholstery wist te overleven dankzij een rotsvast geloof in tijdloos design en de Chesterfield-vorm. Terwijl anderen bezuinigden, investeerde John juist in kwaliteit, vanuit de overtuiging dat mode mag veranderen, maar ware stijl altijd blijft bestaan.
2002
Paul Fleming
In 2002 trad Paul Fleming, de zoon van John Fleming, officieel toe tot het familiebedrijf, al was hij er al van kind af aan bij betrokken... Zijn visie was tweeledig: de aloude vaardigheden van de familie Howland in ere herstellen en het bedrijf tegelijkertijd herpositioneren voor een internationaal publiek. Met de introductie van een rechtstreeks exportmodel voor consumenten onderstreepte hij het principe dat één object van echte kwaliteit meer waard is dan ontelbare massaproducten. Deze filosofie verving de volumegerichte aanpak van de jaren 80 door een hernieuwde focus op vakmanschap en authenticiteit.
2009
FLEMING & HOWLAND
In 2009 nam het familiebedrijf de naam Fleming & Howland aan; een titel die het erfgoed van twee families verenigde en een filosofie onderstreepte die diepgeworteld is in continuïteit... Al snel verwierf het bedrijf de rechten om het handelsmerk Chesterfields te gebruiken, een officiële erkenning van zijn eeuwenoude rol als hoeder van dit meubelontwerp.
2015
Chesterfields Handelsvereniging
Fleming Howland is medeoprichter van de Chesterfields Trade Association. Dit bestuursorgaan handhaaft de allerhoogste kwaliteitsnormen voor de productie van een officieel gecertificeerde Chesterfield van Britse makelij, wat op zijn beurt de consument beschermt en het erfgoed van dit iconische Britse ontwerp waarborgt.
2023
Tijdens het doorzoeken van archieven ontdekte het bedrijf dat de Howlands niet alleen de belangrijke landhuizen van Engeland hadden verfraaid met hun Chesterfield fauteuils, maar ook de opdracht kregen voor handgemaakte bedden... Geïnspireerd op hun gearchiveerde bankontwerpen werden vier onderscheidende bedontwerpen gecreëerd als eerbetoon aan het uitzonderlijke vakmanschap dat dit eeuwenoude Engelse bedrijf kenmerkt.
“Een merk dat pleit voor eeuwenoude praktijken roept zoveel emoties op, het is niet zomaar meubilair.”
Paul Fleming, zevende generatie.